|
Wilgentenen zijn de takken van een knot- of
treurwilg. Deze takken zijn zeer buigzaam en zo sterk als touw. Er
worden bijvoorbeeld manden van gevlochten.
Regelmatig
wordt er een kursus gegeven in het oude ambacht van manden maken.
Meestal werken we met bruine geweekte wilgenteen; dat werkt het best.
Het vlechten van een mand is tamelijk zwaar, we beginnen daarom met een
kleine mand. Het zelf maken van een mand geeft wel veel voldoening. De
wat grotere manden voor een transportfiets of een kippenmand kan je in
opdracht laten maken. De teen van een knotwilg is niet geschikt om mee
te vlechten. We gebruiken een ander soort teen uit de Alblasserwaard of
uit Belgie. De bruine, de witte en gekookte teen (buf) kan je ook in
een bos kopen.
Wilgenteen hek of tune
Wat
is er natuurlijker dan een wilgenteen hek of tune als erfafscheiding ?
Dat werd 1000 jaar geleden al gedaan. Om de 50 cm wordt een kastanje
paal in de grond geboord , en dan worden de palen volgevlochten met
driejarige wilgentenen van 4 meter lang. Het geheel wordt goed vast
aangeslagen en afgewerkt met een rand. De wigenstokken gaan 8 jaar mee,
de palen wel 20 jaar. De kosten van een tune liggen ongeveer op 60 euro
per m2. Even bellen voor een offerte. Het vlechten kan alleen in het
voorjaar met verse vlechtlatten.
Historie:
Teenwilg,
een plant van de familie Salicaceae Hoofdstad van de teenwilg. Teenwilg
produceert takjes die zeer soepel en beweeglijk zijn, naargelang de
soort, de variëteit, de samenstelling van de bodem, het klimaat (het is
een typisch streekproduct).
De teelt van
teenwilg vraagt een zorgvuldige voorbereiding van de bodem, die
verrijkt moet worden en die los en rul gemaakt moet worden. Bij de
oogst wordt een strenge selectie van stekjes geoogst en in maart
uitgeplant per ongeveer 135.000 stuks per hectare. De plant vraagt een
voortdurende zorg en aandacht om te voorkomen dat onkruid, wilde winde,
insecten en ziekten de overhand krijgen. Een veld teenwilgen geeft het
beste rendement na vijf jaar en produceert gemiddeld gedurende een
twintigtal jaar. De plant bestaat uit een lage wortelstok waaruit de
takken komen en groeien (wilgentakken).
Bij
de eerste vrieskou worden de wilgentakken geoogst met behulp van een
oogstmachine. De wilgentakken worden gereinigd en per soort gesorteerd.
Vervolgens worden ze in bundels samengebonden en worden ze tegen de
vrieskou beschermd opgeborgen tot februari. In de lente worden deze
bundels met hun voeten in het water van een "routoir" (kuipje
kunstmatig of natuurlijk water) gezet om ervoor te zorgen dat het
plantensap weer opstijgt, wat het schillen (van april tot juli)
gemakkelijker maakt. Deze schilhandeling of "écorçage" maakt het
wilgenhout witter. Vroeger gebeurde dit tak per tak met behulp van een
pincetvormige schraaptang die vandaag de dag vervangen is door een
schilmachine. Na het spoelen worden de wilgentakken vervolgens op
rasters gelegd om gedurende twee tot vier uur in de zon te drogen. Zo
worden de wilgentakken voorbereid voor ze door een ambachtsman worden
gevlochten.
Deze ambachtsman zal overigens ook ruwe
wilgentenen (niet geschilde) of "buff" wilgentenen (gekookte
wilgentenen die vervolgens worden geschild en geverfd met de tannine
van de schil) gebruiken. Alvorens de teenwilg wordt geweven, wordt hij
twee uur tot vijftien dagen (voor ruwe wilgentenen) geweekt, naargelang
de variëteit en de dikte. De meest gebruikte teenwilgvariëteiten zijn
de volgende :
- - de triandra, een variëteit die klein en zeer flexibel is en weinig takken draagt,
- - de fragilis, een middelgrote variëteit die een zeer goede flexibiliteit heeft en die zeer buigzaam is,
- -
de purpurea, een variëteit die over het algemeen wordt gebruikt voor
het fijne mandenvlechten (3 tot 4 takken per draad) en die lange, fijne
en zeer rechte takken produceert.
Op zijn krukje
gezeten, vervaardigt de mandenvlechter, met het snoeimes of de priem in
de hand, tal van voorwerpen : manden, broodmanden, rasters, decoratieve
voorwerpen, korven, koffers… dit zijn slechts enkele van de 1200
verschillende voorwerpen die tegelijkertijd stevig en licht in gebruik
zijn. Het mandenvlechten voorzag in de eerste plaats in en aantal
praktische en functionele behoeften en de producten waren afgestemd op
de specifieke noden van de beroepen. Door de opkomst van het plastiek
is de vlechtindustrie zich meer gaan richten op presentatiemateriaal,
op het fijne en luxueuze vlechtwerk en tenslotte ook op decoratieve
artikelen. Teenwilg wordt ook vaak gebruikt voor milieudoeleinden. Zo
wordt het gebruikt als bindmateriaal voor omheiningen, voor het
herstellen of beschermen van rivieroevers, voor het beheer van vochtige
milieus en voor het verbeteren van bodems.
Bronnen : Comité Départementale du Tourisme.
|